Johann Sebastian Bach

J.S. BachJohann Sebastian Bach was een Duits organist, componist, klavecinist, violist, muziekpedagoog en dirigent van barokmuziek. Hij wordt algemeen gezien als een van de grootste en invloedrijkste componisten uit de geschiedenis van de klassieke muziek.

Bach werd geboren in Eisenach op 21 maart 1685. Zijn vader was stadsmusicus, en met die povere inkomsten had de familie het niet erg breed. Toen Johann Sebastian negen jaar was, stierf zijn vader, en een jaar nadien ook zijn moeder. De jonge Johann Sebastian werd opgenomen in het gezin van zijn oudste broer Johann Christoph, die hem gymnasium deed lopen in het Michaeli internaat in Lüneburg en zelf muziekles gaf (hij was leerling van Pachelbel).

Na enkele maanden als violist bij hertog Johann Ernst in Weimar gewerkt te hebben, werd hij als 18-jarige aangesteld als organist in Arnstadt, en leerde er zijn nicht Barbara kennen, die zijn eerste vrouw zou worden. Hij kwam in conflict met zijn werkgever omdat hij een studiereis van vier weken naar Lübeck (om Buxtehude te horen spelen) gerokken had tot drie maanden, nam ontslag en werd organist in Mülhausen. Daar werd hij wel goed betaald, maar alles was er zo slecht georganiseerd, dat hij weer ontslag nam om terug naar Weimar te komen als hoforganist, kamermusicus en concertmeester. Zijn ambitie was er eerste kapelmeester te worden, en toen dat niet haalbaar bleek, aanvaardde hij de lagere functie van kapelmeester in Cöthen (er was geen kerkmuziek en het orgel was onbeduidend). Omdat alleen maar kamermuziek hem niet kon blijven boeien, keek hij uit naar ander werk. Een sollicitatie als organist in Hamburg mislukte bij gebrek aan geld, en toen Kuhnau, de cantor van de Thomasschule in Leipzig stierf, twijfelde Bach toch even of hij die nederige post zou overnemen. Omwille van de kinderen nam hij zijn intrek in Leipzig op 5 mei 1723. Intussen was Barbara gestorven, en trouwde hij met Anna Magdalena Wülken. Dit moet zowat het prototype van een volkomen huwelijk geweest zijn. In Leipzig moest Bach zich niet alleen bezig houden met het leveren van cantates en motetten voor de kerkdiensten, maar ook het geven van muzieklessen en Latijn behoorden tot zijn taak. Het is echter geweten dat hij zich vaak door zijn oudste leerlingen liet vervangen, en op die manier tijd vrijmaakte om zelf te componeren.

Met de inrichtende macht kon hij niet zo best opschieten, en regelmatig moet hij na een conflict plannen gehad hebben om naar een andere werkgever uit te zien. Telkens schikte hij zich weer in zijn lot omwille van de kinderen wier opvoeding hem bovenal ter harte ging, en voor wie hij steeds een goede huisvader is geweest. Hij heeft ook heel wat miserie gekend: behalve zijn eerste vrouw stierven drie kinderen uit het eerste, en zeven uit het tweede huwelijk, en één was zwakzinning. Van de 22 zijn er dus precies de helft normaal opgegroeid, en drie daarvan zijn tijdens hun leven nog veel beroemder geworden dan hun vader toen was.

De laatste jaren van zijn leven werd Bach blind, en hij stierf op 28 juli 1750. Tijdens zijn leven was hij eerder bekend als musicus en orgelexpert dan als componist, en eerst 75 jaar later werd hij door Mendelssohn in ere hersteld. Bijna een eeuw heeft men gewerkt aan de officiële uitgave van zijn werken (de Bach Werke Verzeichnis, in 1950 voltooid). Heel wat composities zijn van twijfelachtige origine, en zijn bewondering voor andere componisten als Palestrina, Frescobaldi, Lotti, Telemann, Keiser, Albinoni en Vivaldi uitte hij vaak door hun werken over te schrijven voor de bezetting die hem op dat ogenblik het best van pas kwam. We mogen ook aannemen dat heel wat werken verloren gingen.